‘De zzp-update’ bij Mondzorgpraktijk Anno Nu 2021: ‘Onzekerheid rond zzp’ers duurt voort’

‘De zzp-update’ bij Mondzorgpraktijk Anno Nu 2021: ‘Onzekerheid rond zzp’ers duurt voort’

Wouter Koolmees, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (foto: Rijksoverheid)

Tijdens het congres Mondzorg Praktijk Anno Nu – op 30 november en 11 december – geven KNMT en VvAA samen een update over het werken met zzp’ers. Erik van Dam (VvAA) en Harry Korver (KNMT) zoomen in op de mogelijke invoering van de webmodule en de handhaving van het zzp-regime.

Wat zijn de belangrijkste ontwikkelingen rond zzp'ers in de zorg op dit moment?

Erik van Dam (VvAA): ‘Eind september werd duidelijk dat de webmodule voorlopig niet wordt ingevoerd als instrument met rechtsgevolgen, om vooraf duidelijkheid te geven over de aard van de arbeidsrelatie. Ofwel: gaat het om een dienstbetrekking of is er sprake van zelfstandigheid? Ook de hervatting van de reguliere handhaving is opnieuw op de lange baan geschoven. Het volgende kabinet moet besluiten over beide onderdelen.’ 

‘Je ziet intussen dat door het niet handhaven van de webmodule een cultuur ontstaat met ook minder logische situaties. Denk aan (preventie-)assistenten die als zzp’er aan de slag gaan. Door de btw krijgen praktijken te maken met een extra kostenpost. Daarbij werkt de steeds krapper wordende arbeidsmarkt ook niet mee. Opdrachtgevers hebben vaak geen alternatief en zijn allang blij als ze überhaupt iemand vinden: dan maar een zzp’er met vaak ook nog een hoger tarief.’

Uit de pilot blijkt dat bij slechts 28% van de gevallen de webmodule aangaf dat er buiten dienstbetrekking wordt gewerkt. In alle andere gevallen zou sprake zijn van een dienstbetrekking of kon de webmodule geen uitspraak doen. Wat zeggen zulke resultaten over de webmodule?

‘Ruim een kwart van de gevallen is niet veel. Je merkt dat het kabinet dat zelf ook vindt, want ze goochelen in de voortgangsrapportage met cijfers. Met wat aanpassingen en de diverse samenwerkingen zou de 28% nog toenemen, stellen ze. Dat lijkt op een redenering om de maatschappelijke acceptatie van de webmodule te vergroten.’

Hoe groot schat u de kans dat de webmodule een vaste toets wordt? 

‘Als middel waar men rechten aan kan ontlenen, wordt de kans daarop steeds kleiner. In de voortgangsbrief lijkt het kabinet al voorzichtig voor te sorteren op de webmodule als service-instrument, waarmee opdrachtgevers zelf alleen een vrijblijvende toets kunnen doen. Maar ze laten beslissingen hierover dus over aan het volgende kabinet.’

Eerder gaf u samen met beroepsorganisaties bij de evaluatie een signaal richting het ministerie van SZW over het belang van een sectorspecifieke beoordeling van de arbeidsrelatie. Hoe groot is de kans dat het voornemen te werken met de webmodule voor de zorg weer wordt losgelaten?

Harry Korver (KNMT): ‘Onze gezamenlijke kritiek op het generieke karakter van het instrument is terug te lezen in de voortgangsbrief van het kabinet. Anders dan in de modelovereenkomsten ontbreken in de webmodule zorgspecifieke elementen, waardoor een goede beoordeling van de arbeidsrelatie níet mogelijk is. Ten onrechte zou de kwalificatie snel een dienstbetrekking worden. Met serieuze gevolgen voor het belang van zzp’ers voor de continuïteit van zorg: hun smeeroliefunctie komt dan in gevaar.’

Wat betekent de situatie rond de webmodule en de modelcontracten op dit moment? Voor zzp’er en praktijkhouder?

‘Allereerst betekent dat onzekerheid. Of het nu om de VAR gaat, de modelovereenkomst of de webmodule: het zijn juist middelen bedoeld om vooraf een vorm van zekerheid te geven. Dat is ook waar de sector behoefte aan heeft, zo blijkt keer op keer bij zowel zzp’ers als praktijkhouders.’

Van Dam vult aan: ‘Het doorschuiven naar het volgende kabinet van zowel de handhaving, die mogelijk op 1 oktober hervat zou worden, als de definitieve beslissing over invoering van de webmodule, geeft in ieder geval voor de korte termijn lucht. Door het huidige formatietempo van een nieuw kabinet komt er nog extra lucht bij.’ 

Voorlopig kunnen praktijkhouders en zzp’ers werken met de modelovereenkomsten? 

‘Inderdaad. Zolang de geldigheidsduur van de modelovereenkomsten niet is verstreken, betekent werken met en volgens de modelovereenkomst werken buiten dienstbetrekking. Die geldigheidsduur is vijf jaar na de goedkeuring. De eerste zorgmodellen lopen dit najaar af. We bereiden momenteel de verlenging voor. Ook bij de mondzorgovereenkomsten gaan we voor verlenging. Deze zijn verspreid over 2022 aan de beurt.’

AANMELDEN PROGRAMMA

permalink

Naar het overzicht

Terug naar boven